Onderwerp 3 - Sport-ontwikkelingswerker


Iedereen gelijk!

Werken in een weeshuis in Oeganda, een textielwerkplaats opzetten in Zimbabwe, scholieren sponsoren in Zuid-Afrika. Er zijn veel voorbeelden van mensen die zich inzetten om de wereld een beetje te verbeteren. Dat wordt ontwikkelingssamenwerking of ontwikkelingswerk genoemd. Het doel is om ontwikkelingslanden, en hun inwoners en instellingen, te helpen zich verder te ontwikkelen en zo meer welvaart te bereiken. Niet iedereen is het eens over het nut en de noodzaak van ontwikkelingssamenwerking. De vraag is: helpt hulp? In de media buitelen voor- en tegenstanders over elkaar heen. Maar wie heeft er gelijk? Dat is moeilijk uit te maken.

De laatste jaren speelt sport in ontwikkelingssamenwerking een belangrijke rol. Steeds meer topsporters en oud-topsporters zijn actief bij sportprojecten in ontwikkelingslanden. Waarom is dat zo belangrijk? In deze module maak je kennis met verschillende organisaties die sportprojecten uitvoeren in ontwikkelingslanden, in dit geval in zuidelijk Afrika.

In deze module leer je:


De Opdrachten

Verdeel de klas in vier groepen. Ieder groepje maakt één van de onderstaande opdrachten. De gevonden antwoorden presenteer je aan elkaar. Samen werk je aan de vijfde opdracht.


Opdracht 1

Lees de teksten "Make poverty history?" en "Waar gaat ontwikkelingsgeld naar toe?" en beantwoord de onderstaande vragen:

  1. Ontwikkelingssamenwerking is ingewikkeld en er is veel discussie over. Noem twee belangrijke punten van kritiek op Ontwikkelingssamenwerking?
  2. Wat is de werkelijke motor van ontwikkeling?
  3. Wat is daarvoor de belangrijkste voorwaarde?
  4. Aan welke randvoorwaarden kan het westen meewerken? Noem er vier.


MAKE POVERTY HISTORY?


Ontwikkelingssamenwerking: ingewikkeld en omstreden

Het doel van ontwikkelingssamenwerking is om arme landen zich economisch te laten ontwikkelen en zo armoede uit te bannen. De Nederlandse regering vindt ontwikkelingssamenwerking belangrijk. Jaarlijks wordt ongeveer 0,7% van het BNP eraan besteed, ca. 4 miljard Euro. Ontwikkelingssamenwerking vindt plaats op veel gebieden: economische ontwikkeling, onderwijs, gezondheid, landbouw en infrastructuur. De inzichten met betrekking tot ontwikkelingssamenwerking veranderden door de jaren. Niet langer bepalen de rijke landen welke problemen worden aangepakt. De ontwikkelingslanden zijn zelf ‘eigenaar’ van hun problemen en bepalen zelf hun prioriteiten in het ontwikkelingsproces. Ze worden hierbij geadviseerd door ngo’s, onafhankelijke hulporganisaties. Er zijn in de loop der jaren veel goede projecten ontwikkeld, maar de meeste ontwikkelingslanden zijn nog steeds arm. De belangrijkste oorzaken hiervan zijn corruptie, politieke instabiliteit en mismanagement. Zo blijkt de hulp vaak niet efficiënt genoeg, bijvoorbeeld omdat niet is geïnvesteerd in het traject erna: mensen opleiden voor onderhoud en reparatie, zodat ze er zelf voor kunnen zorgen. Als je bijvoorbeeld waterpompen en wc’s realiseert maar er geen reparateurs, reserve-onderdelen of handleidingen zijn, dan verliezen zulke projecten snel hun functie. Het geld is dan eigenlijk weggegooid.


Het westen, eerlijke handel en economische groei

De nadruk op hulp moet niet afleiden van de werkelijke motor van ontwikkeling: economische groei. Landen moeten mee kunnen delen in de mondiale voorspoed. Hier ligt een belangrijke taak voor het westen. Ontwikkeling komt een stuk dichterbij als ontwikkelingslanden daarbij eerlijke kansen hebben. Dan zouden zij veel minder behoefte hebben aan ontwikkelingsgeld.

Het westen kan meewerken aan het scheppen van randvoorwaarden zodat landen zichzelf kunnen ontwikkelen. Door bijvoorbeeld hulp bij het vormen van een onderwijssysteem dat aansluit op de arbeidsmarkt, zodat je met je opleiding ook een baan vindt, en microkredieten voor het midden- en kleinbedrijf. En zolang multinationals hun winsten uit ontwikkelingslanden kunnen wegsluizen voordat daarover belasting kan worden geheven is dat niet bevorderlijk voor ontwikkeling. Zo geeft het westen met de ene hand, maar pakt het met de andere hand terug. De laatste tijd gaan ook bij de overheid stemmen op om het bedrijfsleven meer te betrekken bij het terugdringen van armoede wereldwijd.


Westerse diepvrieskip goedkoper dan lokale kip!

Om armoede effectief aan te pakken zijn ook politieke oplossingen nodig. Hiervoor moeten westerse landen onder meer hun landbouw- en economisch beleid onder de loep nemen. Om eerlijke wereldhandel te bevorderen kan het westen ook meewerken aan het verminderen van handelsbelemmeringen - invoerrechten, vergunningen - en het afschaffen van landbouwsubsidies in het westen. Nu is het zo dat door Europese subsidies de agrarische sector in de Europese Unie vaak te veel produceert voor de eigen markt. Het overschot wordt in ontwikkelingslanden afgezet tegen afbraakprijzen. De ontvangende landen proberen zelf een agrarische sector te runnen en te ontwikkelen. Waarom zouden ze dat dan nog doen? Hoe kunnen zij concurreren met die lage prijzen? Willen we een echte oplossing voor armoede bieden dan zijn dit soort inzichten essentieel voor de jongeren van nu en de leiders van de toekomst.


Waar gaat ontwikkelingsgeld naar toe?

Veel geld voor ontwikkelingssamenwerking gaat via de Verenigde Naties (Wereldbank) naar ontwikkelingslanden. Een ander deel komt daar terecht via organisaties als de bovengenoemde ngo’s. Die zijn onder meer actief op het gebied van gezondheid, milieu, en mensenrechten. Je kent vast War Child, waarvan Marco Borsato ambassadeur is. Of het Rode Kruis, bekend van 3FM-acties als het Glazen Huis, en mensenrechtenorganisatie Amnesty International. Artsen zonder Grenzen is ook een bekende ngo die in noodsituaties - aardbevingen, overstromingen, oorlogsgebieden - medische hulp verleent. Op de websites kun je vinden waar deze ngo’s voor staan en wat ze precies doen.


Noodhulp

Ontwikkelingssamenwerking is hulp op lange termijn, noodhulp is hulp op korte termijn, bijvoorbeeld na een ernstige aardbeving of overstroming. De Nederlandse overheid kan in zo’n geval een bepaald bedrag vrijmaken, maar ook praktisch ondersteunen door bijvoorbeeld militairen en hulpverleners naar een getroffen gebied te sturen.


De ‘doe-het-zelfsector’?

Bij de zogenaamde ‘doe-het-zelfsector’ gaat het om particuliere initiatieven voor ontwikkelingslanden vanuit stichtingen, scholen, bedrijven, sportclubs of kerken. Bijvoorbeeld mensen die goederen inzamelen of die in ontwikkelingslanden een school of ziekenhuis helpen bouwen. Ook zijn er jongerenorganisaties die talloze internationale activiteiten en uitwisselingen organiseren op het gebied van onderwijs, muziek, theater of sport.


Opdracht 2

Haarlem heeft een stedenband met de stad Mutare in Zimbabwe. Lees de teksten "Sport en ontwikkelingswerk", "Sportproject Haarlem-Mutare", "Sportproject Haarlem-Mutare: Sport in de buurt" en "Uit het leven van een sportleader". Bekijk ook de website van Haarlem-Mutare en beantwoord de volgende vragen:

  1. Op welke gebieden werken Haarlem en Mutare samen? Noem er vijf.
  2. Noem drie belangrijke redenen waarom sport en ontwikkelingssamenwerking goed samengaan.
  3. Lees over het sportproject in Mutare. Welke groepen organiseren de sportleaders activiteiten? Noem er vijf.
  4. Noem drie redenen waarom sport voor meisjes en vrouwen zo belangrijk is.
  5. Bespreek hoe jouw school, sportvereniging en/of jijzelf zou kunnen bijdragen aan deze vorm van ontwikkelingssamenwerking.


Sport en ontwikkelingswerk

"In sport leer je mensen te zien als gelijken."
Bart Veldkamp, Nederlandse schaatser

Als het over ontwikkelingswerk gaat, denk je waarschijnlijk niet meteen aan sport. Men vindt het vaak belangrijker eerst te zorgen voor voedsel, onderwijs en vrede. Toch is sport minstens zo belangrijk. Sporten geeft je energie, maar kan ook bijdragen aan discipline, zelfvertrouwen en leiderschap. Daarnaast leer je respect te hebben voor de tegenstander en samen te werken met je teamgenoten. Sport kan ook bijdragen aan het voorkomen van conflicten tussen verschillende groepen. Ten slotte is sport gewoon leuk. Je vergeet even de dagelijkse problemen en bent alleen maar bezig met bewegen en plezier maken!

“Sport heeft de kracht om de wereld te veranderen. Sport heeft de kracht om te inspireren.
Sport geeft hoop waar alleen plaats was voor wanhoop.”
Nelson Mandela

“Sport is een universele taal, die mensen dichterbij elkaar kan brengen,
ongeacht oorsprong, taal, religie of economische positie.”
Kofi Annan


Sportproject Haarlem-Mutare

De Stichting Stedenband Haarlem-Mutare is een Haarlemse organisatie die nauwe banden heeft met Mutare, een stad in het oosten van Zimbabwe. De Stedenband ondersteunt projecten in Mutare en hoopt daarmee de levensomstandigheden van de bevolking te verbeteren. Omdat sport steeds belangrijker wordt binnen ontwikkelingssamenwerking heeft Haarlem-Mutare, in samenwerking met het CIOS, ook een sportproject opgezet. Kijk maar eens op de website: www.haarlem-mutare.nl


Sport-ontwikkelingswerkers, sportprojecten en een betere samenleving.

Wat is een sport-ontwikkelingswerker? Het klinkt spannend: werken in het buitenland, altijd zon en lekker sporten, dus niet op kantoor achter een computer. Studenten en oud-studenten van sportopleidingen zijn voor een halfjaar of langer betrokken bij diverse sportprojecten in ontwikkelingslanden. Om te helpen bij het opzetten van de organisatie, het ontwikkelen van trainingen en het organiseren van sportevenementen. Die internationale samenwerking bevordert een betere samenleving.


Sportleaders

Via sportprojecten worden jongeren van ca. 16 tot 30 jaar in ontwikkelingslanden opgeleid tot sportbuurtwerker (sportleader). Ze worden niet betaald, dus ze moeten het heel graag willen. De opleiding duurt 1 tot 2 jaar. Belangrijk in de opleiding is het overdragen van de geleerde vaardigheden. Sportleaders leren sport toe te passen in de praktijk: welke sporten beoefen je, hoe geef je daar les in, hoe ga je om met verschillende doelgroepen, hoe gebruik je sport als middel voor voorlichting over gevoelige thema’s als seksualiteit en preventie van hiv/aids? Maar ook theorie is belangrijk: wat is coachen, welke sporten bied je aan, hoe organiseer en leid je een spel, of een club of toernooi? Na de opleiding zijn de nieuwe sportleaders zelfstandig. Zij zorgen dan zelf voor werving en opleiding van nieuwe jongeren. Gezien de hoge werkloosheid hopen de sportleaders na hun opleiding hun eigen geld te kunnen verdienen. Om dat mogelijk te maken zouden ontwikkelingsorganisaties er goed aan doen jongeren te stimuleren bij het benutten en creëren van kansen op dat gebied.


Sportproject Haarlem-Mutare: Sport in de buurt

In het opleidingsprogramma worden sportactiviteiten op buurtniveau georganiseerd, in samenwerking met scholen, buurten en sportverenigingen. De belangrijkste doelgroep zijn jongeren, maar ook (straat)kinderen en volwassenen kunnen meedoen. Vooral voor meisjes is sporten belangrijk. Die mogen dat vaak niet van hun vaders of echtgenoten. De Keniaanse hardloopster Lornah Kiplagat moest ‘s nachts trainen omdat vrouwen niet openlijk aan sport mochten doen. In Zimbabwe worden sportende vrouwen al snel ‘sloeries’ genoemd. Sporten kan meisjes helpen zelfbewuster, weerbaarder en kritischer te worden tegenover degenen die hen willen beperken.

De sportleaders organiseren bijvoorbeeld een Kicking Aids Out-festival, waar op een leuke, sportieve manier hiv/aidsvoorlichting wordt gegeven. Ook worden sportactiviteiten aangeboden aan mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking. Dan is competitie van minder belang. Sportleaders leren hoe ze het spel kunnen aanpassen zodat iedereen mee kan doen, zoals een atletiekwedstrijd met blinden waarbij de sportleader mee rent als ‘buddy’.


Creativiteit: leuk sporten zonder faciliteiten en materialen

In ontwikkelingslanden zijn weinig faciliteiten en materialen voor sport. Dat is lastig maar maakt ook vindingrijk. Sportleaders bieden toch leuke activiteiten aan. Dat geeft jongeren de kans zinvol bezig te zijn. Het houdt ze van de straat en vermindert zo het risico om op het verkeerde pad te raken. Sport is ook goed om woede of stress te ontladen. Op de wekelijkse activiteiten van sportleaders op verschillende plekken komen elke week zo’n 200 kinderen af. Ook worden er sporttoernooien met teams uit verschillende wijken georganiseerd en sportwedstrijden tussen scholen. Wedstrijden zijn in Afrikaanse landen erg populair: sport moet competitief zijn. Daarom moet je goede teams op de been brengen. Hoe doe je dat? Hoe zorg je bijvoorbeeld dat je team beter wordt en dat je goede coaches hebt? Veel werk aan de winkel voor de sportleaders!


Uit het leven van een sportleader

Ik ben Blessing, 19 jaar oud, en ik woon in Sakubva, een drukke township in Mutare. We wonen in een klein huis van golfplaten. Mijn vader is overleden. Met mijn moeder en twee zusjes slapen we in één kamer. Er is een gemeenschappelijk washok met toiletten voor de hele wijk. Overdag ben ik meestal buiten.
‘s Ochtends eet ik 'sadza', stevige maïspap, en drink ik thee met veel suiker. Ik loop naar het sportkantoor. Daar wisselen we alle nieuwtjes uit en maken plannen voor de dag. Ik ga naar het sportveld, want daar komen de ‘veteranen’ (gehandicapte mannen) rolstoelbasketbal en volleybal spelen. Het is hun enige uitje in de week, want verder is er voor hen weinig te doen. Ze zijn heel fanatiek en het is altijd gezellig.

Na het spel zorgen de andere sportleaders dat er iets te drinken is. We hebben niet altijd lunch. We proberen ‘s morgens en ‘s avonds zo goed mogelijk te eten. Als er wel lunch is wassen we eerst onze handen, want we eten allemaal van één groot bord, met onze handen.

Na de lunch ga ik met ons busje naar een school voor blinde kinderen en een instelling voor verstandelijk gehandicapten. Als de kinderen weten dat we eraan komen, gaan ze uit hun dak. Samen met mijn maatje doen we leuke sportspelletjes. We nemen materialen mee, zoals een ‘rinkelbal’, een bal met een belletje erin zodat de blinde kinderen horen waar de bal is als ze die naar elkaar overgooien.

Met de verstandelijk gehandicapte kinderen doen we een spel met een parachute. Ze staan in een kringetje, wij tellen tot drie, zij verstoppen zich onder de parachute en gieren van het lachen. Ze zijn niet gewend aan aandacht omdat er veel kinderen zijn en weinig medewerkers. Dus wat aandacht of een knuffel vinden deze kleintjes wel leuk.

Dan is het weer tijd om naar kantoor te gaan. We spreken de dag door met de andere sportleaders. Er zijn ook Nederlandse studenten die bij ons stage lopen. Ze hebben ons uitgenodigd mee uit eten te gaan. We gaan naar een leuk restaurantje waar we dansen op muziek van Alick Macheso. Als ik naar huis loop, is het pikkedonker en overal stil, iedereen ligt te slapen. Thuis is de stroom weer eens uitgevallen. Op de tast vind ik mijn slaapplek. Morgen is er weer een dag. Dan gaan we sporten met straatkinderen.


Sport met straatkinderen

Voor hen organiseren we van alles, we gaan ook wel eens paar dagen kamperen. Dan moet het weer wel meezitten. Vorige week zouden we de hoogste berg van Zimbabwe beklimmen in Nyanga National Park. Maar het regende zo hard dat we iets anders moesten bedenken. Behalve met kaartspelletjes zijn we toen bezig geweest met ‘levenslessen’: hoe kun je voor jezelf zorgen, eten maken, een gesprek voeren, omgaan met anderen? Dat lijkt vanzelfsprekend, maar voor straatkinderen is het dat niet. Bijna niemand van hen kan lezen, schrijven of klok kijken. Ze willen graag naar school, ze willen graag leren. Dus deze lessen vinden ze niet vervelend.


Opdracht 3

Lees de teksten "Right to Play" en "SCORE" en bekijk de websites die in de teskten zijn weergeven. Beantwoord daarna de volgende vragen:

  1. Wat is de missie van Right to Play? Beschrijf kort wat deze organisatie doet in het buitenland.
  2. Geef in maximaal drie zinnen aan waarom je mening over sport en ontwikkelingssamenwerking veranderd of juist hetzelfde gebleven is.


‘Right to Play’ en SCORE


Right to Play

Een bekende internationale organisatie die zich inzet voor kinderen in ontwikkelingslanden is ‘Right to Play’. De Noor Johan Olav Koss (o.a. Olympisch schaatskampioen) is actief betrokken bij deze organisatie. Door sport- en spelactiviteiten met ontwikkelingswerk te verbinden, probeert ‘Right to play’ de gemeenschap te versterken.
Kijk maar eens op hun site naar de verschillende projecten: www.righttoplay.nl


SCORE

SCORE is een internationaal erkende Afrikaanse sportontwikkelingsorganisatie die op een duurzame wijze sport- en spelactiviteiten inzet als middel voor ontwikkeling van individuen en gemeenschappen. SCORE is in 1991 opgericht door een voormalig Olympisch atlete als reactie op de kritieke toestand van jongeren in townships in Zuid-Afrika. Naast Zuid-Afrika is SCORE tegenwoordig ook werkzaam in Zambia, Namibië, Lesotho en Nederland. SCORE gebruikt sport en spel om jongeren de kans te geven sport-, management- en leesvaardigheden te ontwikkelen. SCORE heeft als speerpunten leiderschap, vrouwen en sport, en hiv/aidspreventie.
www.score.org.za


Opdracht 4

Lees de tekst "Cruijff Courts in Afrika" en beantwoord onderstaande vragen:

  1. De aanleg van Cruijff Courts is belangrijk voor de bewoners van Afrikaanse townships.
    In de Cruijff Courts gelden regels. Welke vind jij de belangrijkste? Noem er minimaal drie.
  2. Leg uit waarom je die regels hebt gekozen.
  3. Beschrijf in drie zinnen waarom die regels vooral in achterstandswijken zo belangrijk zijn.


Cruijff Courts in Afrika

Wereldwijd zijn veel sportprojecten opgezet. Eén ervan is de Johan Cruijff Foundation, opgericht door de bekende oud-voetballer Johan Cruijff. Zijn stichting, waarvoor veel andere bekende voetballers actief zijn, zorgt voor de aanleg van Cruijff Courts: de eigentijdse uitvoering van het voetbalveldje of –pleintje dat vroeger in veel buurten te vinden was en waar jongeren elkaar altijd tegenkwamen.

De Cruijff Courts worden vooral in Nederland aangelegd, maar inmiddels bestaan ze ook in het buitenland, waaronder 4 in Zuid-Afrika. Eén ervan werd geopend in een als gevaarlijk bekendstaande township in Johannesburg rond het WK-voetbal van 2010 in Zuid-Afrika. Op het filmpje dat toen werd gemaakt herken je vast veel bekenden uit de voetbalwereld.

Op elk Cruijff Court gelden 14 regels (een verwijzing naar het rugnummer dat Johan Cruijff altijd droeg). In de harde realiteit van de township, waarin drugs en criminaliteit de boventoon voeren, zijn de regels wijze levenslessen die ook buiten het veld belangrijk zijn.


De 14 regels van elk Cruijff Court:

  1. Teamspeler. ‘Alleen kun je niets, je moet het samen doen’
  2. Verantwoordelijkheid. ‘Wees zuinig op wat je krijgt en waar je gebruik van mag maken’
  3. Respect. ‘Heb respect voor de ander’
  4. Integratie. ‘Betrek ook anderen bij jouw activiteiten’
  5. Initiatief. ‘Durf iets nieuws te doen’
  6. Coachen. ‘In een team moet je elkaar altijd helpen’
  7. Persoonlijkheid. ‘Wees wie je bent’
  8. Sociale betrokkenheid. ‘Belangrijk in de sport, maar helemaal daarbuiten’
  9. Techniek. ‘De basis’
  10. Tactiek. ‘Weten wat je doet’
  11. Ontwikkeling. ‘Door sport ontwikkelt lichaam en geest’
  12. Leren. ‘Probeer iedere dag weer iets nieuws te leren’
  13. Samenspelen. ‘Wezenlijk onderdeel van het spel’
  14. Creativiteit. ‘De schoonheid van de sport’


Eindopdracht: Mutare magazine

Voor het Mutare Magazine gaan jullie met elkaar in debat. Bespreek in de klas de onderstaande stellingen:

  1. Sport-ontwikkelingswerkers werken alleen maar in deze landen om een leuke tijd te hebben.
  2. Als je inwoners van sloppenwijken een opleiding tot sportleader aanbiedt, moet je ze daarvoor betalen.
  3. Zonder aansluiting op de arbeidsmarkt zijn ontwikkelingsprojecten voor jongeren zinloos.
  4. Sport is dé oplossing voor de problemen van ontwikkelingslanden.
  5. We helpen ontwikkelingslanden door onze gebruikte computers, koelkasten en andere apparaten daarheen te verschepen.


Maak voor het Mutare Magazine een verslag van dit debat waarin duidelijk naar voren komt waar de meningsverschillen lagen. Zorg daarbij ook voor foto’s van de partijen en het publiek tijdens de debatronde! Om het verslag levendiger te maken kun je ook gebruik maken van ‘quotes’, zinnen die klasgenoten letterlijk hebben gezegd.

Je bent nu klaar met deze module.